B&T deelt kennis en ervaring
Alle schoolbesturen in Nederland moeten dit jaar aan de slag met de invoering van de functiemix. Geen eenvoudige opgave. Hoe pakt u dit aan? Hoe gaat u bijvoorbeeld om met weerstand bij uw personeel? Hoe voorkomt u dat de functiemix problemen op uw school eerder vergroot dan verkleint? Maar ook: hoe profiteert u optimaal van de voordelen van de functiemix? Van Beekveld & Terpstra deed op dit gebied nu reeds ruime ervaring op en helpt u graag op weg.
Onze adviseurs hebben in deze prille fase van de invoering van de functiemix al tientallen schoolbesturen begeleid. Dat deden we onder meer in het kader van de elf pilots die wij begeleidden in opdracht van de sociale partners. Daarnaast voerden wij tot op heden voor ongeveer 25 schoolbesturen brede adviestrajecten uit op dit gebied.
Uitdagingen en oplossingen
Hoewel scholen in vele opzichten verschillen, stuiten zij bij de invoering van de functiemix ook regelmatig op vergelijkbare uitdagingen. Met vergelijkbare oplossingen. Omdat wij van mening zijn dat niet iedere school zelf het wiel hoeft uit te vinden, hebben wij onze ervaringen verwerkt in een toegankelijke handleiding, die tot stand kwam onder eindredactie van de sociale partners en onder meer te vinden is op onze website. Op onze site treft u daarnaast een schat aan voorbeeldmateriaal aan, dat wij gebruikten bij de projecten die wij tot nu toe hebben uitgevoerd. In dit artikel belichten we vast een aantal opvallende bevindingen. Verwijzingen naar meer informatie vindt u onderaan dit stuk.
Onbekend maakt onbemind
De functiemix is voor alle betrokkenen (besturen, directeuren en leraren) veelal onbekend terrein. En het gevleugelde gezegde ‘onbekend maakt onbemind’ bevat ook waar het gaat om de functiemix zeker een kern van waarheid. Weerstand tegen en zorgen over de invoering van de functiemix komen we tegen in alle geledingen. Gelukkig zijn er manieren om weerstand te verminderen en angst weg te nemen. Een aantal adviezen:
* geef tijdig juiste informatie;
* betrek leraren en directeuren bij de beleidsontwikkeling;
* formuleer verstandig beleid ten aanzien van een aantal rechtspositionele
knelpunten (steekwoorden: veiligheid, pragmatisch, open);
* denk gezamenlijk na over de invulling van de hogere leraarsfuncties;
* formuleer de functie-eisen gezamenlijk;
* stel een bovenschoolse sollicitatiecommissie in. Daarmee kunt u het risico van
een subjectieve beoordeling door directe collega’s beperken;
* betrek personeelsleden en/of de GMR bij de speciaal in te stellen
‘projectgroep functiemix’. Dat vergroot de kans dat de GMR voorstellen
met betrekking tot de functiemix positief ontvangt.
Gesprekkencyclus en gespreksvaardigheid
Als een leraar wil worden benoemd of aangesteld in een hogere leraarsfunctie, moet hij solliciteren. Het is niet genoeg als hij in zijn huidige functie goede beoordelingen heeft gekregen. Die beoordelingen hebben immers betrekking op het functioneren in de huidige functie en zeggen niets over de nieuwe functie. De invoering van de functiemix vraagt van scholen dan ook aanzienlijke investeringen op dit gebied. Als scholen beschikken over ruime ervaring met functioneringsgesprekken en beoordelingen, werkt dat vanzelfsprekend in hun voordeel. Bovendien is gebleken dat deze ervaring ook de acceptatie van de ‘erkende ongelijkheid’, waarmee de functiemix onvermijdelijk gepaard gaat, aanzienlijk bevordert. Als functioneringsgesprekken en beoordelingen goed verankerd zijn in de schoolcultuur, staan zowel de sollicitatiecommissie als de leerkrachten veel minder huiverig tegenover het maken van een objectief onderscheid tussen kandidaten.
Beleidsrijke invulling
Een beleidsrijke invulling van de functiemix, waarbij aandacht is voor het talent van de leraar in relatie tot de doelstellingen van de school, verdient de voorkeur. Leraren en directeuren zijn positiever over een beleidsrijke benadering dan over een benadering waarbij de nadruk ligt op de hogere beloning van leraren LB bao en LC sbo.
Risico’s
Sommige scholen lopen het risico dat de invoering van de functiemix bestaande problemen eerder verergert dan vermindert. Het gaat daarbij om scholen waar:
* onvoldoende vertrouwen bestaat tussen collega’s onderling;
* onvoldoende vertrouwen is in de directeur, c.q. schoolleiding;
* specialistische taken worden ingevuld als ontziebeleid (“Laat haar maar wat
IB-taken uitvoeren. Als ze maar niet meer voor de klas staat…”);
* een goede gesprekkencyclus ontbreekt;
* onvoldoende aandacht is voor het personeel;
* weinig mobiliteit is (‘Samen jong – samen oud’);
* geen visie bestaat op de doelstellingen van de school en hoe deze te
realiseren;
* geen professionele cultuur bestaat waarin leraren elkaar constructieve
feedback geven op het beroepsmatig functioneren;
* de rollen en de verantwoordelijkheden in de school niet duidelijk zijn.
Besturen van scholen met een of meerdere van bovengenoemde kenmerken doen er goed aan om externe begeleiding te zoeken bij de invoering van de functiemix.
Bijvangst
De functiemix blijkt niet alleen een efficiënt middel te zijn om het promotiebeleid binnen onderwijsorganisaties vorm te geven. De invoering levert ook andere voordelen op:
* met de invoering van de functiemix kunnen daadwerkelijk stappen worden
gezet in de ontwikkeling van het personeelsbeleid. (“Het voeren van
functioneringsgesprekken en de beoordelingen hebben nu echt een doel.”);
* tijdens bijeenkomsten met personeelsleden blijkt de grote behoefte van
leraren om met elkaar over het vak te praten. Daaruit spreekt een grote
betrokkenheid bij het werk;
* juist door het ontbreken van extra middelen voor ambulante tijd komt het
gesprek over leren in de organisatie en kennisdeling op gang;
* de functiemix kan worden benut om de mobiliteit tussen scholen op gang te
brengen.
Beperken functiedifferentiatie
Veel besturen kiezen ervoor om te werken met twee lerarenfuncties per schoolsoort en om daarbinnen taakdifferentiatie toe te passen.
Deze werkwijze heeft ook consequenties voor de invulling van de functies van intern begeleiders (IB’ers). Hoewel IB’ers zonder lesgevende taken kunnen worden ondergebracht in een aparte OOP-functie, wordt daar meestal niet voor gekozen. Zowel de schoolbesturen als de IB’ers zelf brengen IB-taken liever onder bij een van de leraarsfuncties. Overigens moet daarbij nadrukkelijk worden opgemerkt dat de invoering van IB-functies – vooral als ze voor minder dan vijftig procent voor de klas staan – losstaat van de invoering van de functiemix. Dat geldt óók als de IB-taken zijn ondergebracht bij een van de leraarsfuncties.
Tot slot
De functiemix is geen doel op zich maar een middel om te werken aan de ontwikkeling van zowel de school als individuele leerkrachten.
Op schoolniveau kan de invoering van de functiemix een positieve bijdrage leveren aan de kwaliteit van het onderwijs. Van belang is dan wel dat er op schoolniveau een gesprek wordt gevoerd over de speerpunten van de verdere ontwikkeling van de school en over de functies die daarvoor nodig zijn. Met betrekking tot de ontwikkeling van individuele leerkrachten kan de functiemix als katalysator fungeren. De talenten en ambities van de individuele leerkracht dienen daarbij het vertrekpunt te zijn. Goede communicatie tussen leerkrachten en leidinggegevens is een voorwaarde.
Meer informatie
De handleiding over de invoering van de functiemix is hier beschikbaar. Ook op de websites van de PO-Raad en de vakbonden is deze handleiding te raadplegen. De bijlagen bij de handleiding, waarin u veel voorbeeldmateriaal aantreft, vindt u hier op onze website. Wilt u meer weten over onze visie op de functiemix, dan kunt u hier terecht.
Auteur: Hans van Willegen, senior adviseur B&T