B&T onderzocht onderwijsspecifieke overhead bij KPO Roosendaal
Iedere schooldirecteur maakt voortdurend keuzes. Hij stelt medewerkers aan, richt zijn organisatie in, belegt taken, benoemt functionarissen: die keuzes bepalen hoe een school georganiseerd is. Ontwikkelingen maken soms dat keuzes moeten worden herzien, maar dat gebeurt niet altijd. “Daarom is het goed om een organisatie bij tijd en wijle met een frisse blik door te lichten”, meent Kees Mens, bestuurslid van KPO Roosendaal. Het was een belangrijke reden voor een onderzoek naar onderwijsspecifieke overhead op de scholen.
Er was nog een tweede reden, vertelt Kees Mens. Uit een benchmarkonderzoek naar overhead van Berenschot in 2009 was namelijk geconcludeerd dat de onderwijsspecifieke overhead bij KPO Roosendaal organisatiebreed als hoog te kwalificeren is en voor de (speciale) basisscholen zelfs als zeer hoog. “Een van de aanbevelingen was dan ook om nog eens dieper te graven in die overhead en dan specifiek ook op schoolniveau”, vertelt Kees Mens. “Om die twee redenen vroegen we Van Beekveld & Terpstra in kaart te brengen hoe wij op onze scholen georganiseerd zijn en hoe zich dat verhoudt tot de onderwijsopbrengsten van de scholen.”
Meer geld, meer kwaliteit?
Vooraf was al duidelijk dat er geen eenduidig en helder verband bestaat tussen de hoogte van de overheadkosten en de onderwijsopbrengsten. De intuïtieve veronderstelling dat meer geld automatisch leidt tot beter onderwijs is een onterechte versimpeling van de realiteit (getuige ook de verontwaardigde reacties op het recente rapport van het SCP over de prijs en kwaliteit van publieke diensten). Ook bij KPO Roosendaal leiden hoge bestedingen aan onderwijsspecifieke overhead niet automatisch tot betere onderwijsresultaten. “Die relatie is zeer complex”, zegt Kees Mens daarover. “We hebben geconstateerd dat er geen direct eenduidig verband bestaat.” Er zijn natuurlijk allerlei factoren die de onderwijskwaliteit bepalen. De hoogte van de onderwijsspecifieke overhead is er slechts één. “Elke school functioneert in zijn eigen context, heeft zijn eigen achtergrond, zijn eigen leiderschapsstijl… Het zijn unieke scholen, ondanks het feit dat ze allemaal onder KPO Roosendaal vallen.”
Bewustwording
Een analyse van de samenhang tussen overhead en kwaliteit was dan ook niet de primaire doelstelling van het onderzoek. Evenmin had het onderzoek tot doel bezuinigingen te initiëren. “Veel interessanter is dat een directeur moet weten wat zijn overhead is en hoe die zich verhoudt tot de overhead van vergelijkbare scholen. Dan kan hij zich de vraag stellen waarom hij blijkbaar anders is georganiseerd dan die andere school, terwijl die andere school wel dezelfde (of misschien zelfs betere) onderwijsresultaten realiseert.” Het primaire doel van het onderzoek van Van Beekveld & Terpstra was dan ook om die bewustwording op gang te brengen. “Is mijn school wel zo effectief georganiseerd?”
Van Beekveld & Terpstra bracht voor KPO Roosendaal de omvang van de onderwijsspecifieke overhead in kaart en relateerde die aan de kwaliteit van het onderwijsproces en de opbrengsten van de school. Daarnaast beschreven de onderzoekers de huidige inrichting van de scholen (inclusief knelpunten en succesfactoren) en analyseerden ze de overwegingen die daaraan ten grondslag lagen. Ten slotte gaf de eindrapportage ook alternatieven en verbeterpunten met betrekking tot de invulling van de schoolformatie.
Opbrengsten
Wat leverde dat op? Vooral: helderheid, bewustwording en een eenduidige maatstaf. “Het ligt nu op papier vast hoe de overhead georganiseerd is en hoe scholen op dat gebied van elkaar verschillen. Bovendien is nu helder wat onder overhead wordt verstaan en wat als maatstaf geldt. Met die informatie kan een directeur zijn begrotingsproces eens op een andere manier bekijken.” Kees Mens noemt als voorbeeld scholen met een relatief hoge overhead. “Die denken nu na of dat een bewuste keuze is. Of is die situatie mogelijk sluipenderwijs ontstaan? Als dat zo is, wat vinden we daar dan van en hoe sturen we dat bij?”
“De conclusies van het onderzoek waren niet wereldschokkend”, vertelt Kees Mens. “Dat had ik ook niet verwacht.” Toch heeft het onderzoek sommige directeuren wel de ogen geopend. “Er was bijvoorbeeld een school met een enorm hoge overhead. Dat was enerzijds te verklaren door de specifieke context, maar de directeur wist niet dat het verschil met andere scholen zo groot was. Dat was voor hem wel een eyeopener. De cijfers maakten hem nog duidelijker dat hij daarom misschien nog meer vaart moest maken met het aanpassen van zijn organisatie.” In die bewustwording ligt de werkelijke winst van het onderzoek. “De winst is vooral dat nu zonder discussie vastligt, volgens een eenduidige definitie, hoe het gesteld is met de overhead. Er is nu een heldere vergelijkingsmaatstaf waarmee onze directeuren aan de slag kunnen.”
Aan de slag
Welke maatregelen scholen nemen, is aan de directeuren. Als integraal schoolleider zijn zij zelf verantwoordelijk voor de inrichting van hun school. Het rapport van Van Beekveld & Terpstra bevat evenwel een aantal aanbevelingen. “Er zijn allerlei mogelijke maatregelen”, vertelt Kees Mens. “De belangrijkste hebben betrekking op de samenstelling van de formatie.” Een aantal adviezen had betrekking op de rol van IB’ers. “Als we nu meer investeren in de deskundigheid van de leerkracht – wat ook nodig is in het kader van Passend Onderwijs – dan kan de rol van de IB’er minder inhoudelijk worden en meer coachend, waardoor de IB-taak kleiner kan worden. Dat is niet alleen een gunstige ontwikkeling voor de overhead, maar ook voor de kwaliteit van het onderwijs. Die aanbeveling is KPO-breed wel van toepassing. Dat soort afwegingen maakten directeuren natuurlijk al, maar door dit onderzoek is dat nog eens wat beter op de agenda gezet.”
Meer weten?
Van Beekveld & Terpstra heeft een heldere methodiek ontwikkeld voor gericht onderzoek van de omvang en doelmatigheid van onderwijsspecifieke overhead. Wilt u daarover meer weten, dan vindt u hier meer informatie. U kunt ook contact opnemen met Hans van Willegen, Henk Hendriks, Suzanne Witteveen of Robbin Haaijer.