Scholen bundelen krachten voor toekomstbestendig beroepsonderwijs
Veel vmbo-scholen kampen al enige tijd met problemen: mager bezette afdelingen, afnemende leerlingenaantallen, kostbare voorzieningen (bijvoorbeeld in de Sector Techniek), een dure exploitatie van (veel te grote) gebouwen… De sector zoekt naarstig naar oplossingen. Maar deden de scholen dat tot voor kort elk voor zich, de laatste tijd zoeken zij hierin in toenemende mate de samenwerking. Dat fuseren dan helemaal niet nodig is, bewijzen recent gevormde LOC’s.
Lang was het ondenkbaar: vmbo-scholen die in gezamenlijkheid oplossingen zoeken voor problemen waar zij alle mee kampen. Sterker nog: individuele marktposities hielden de scholen min of meer in een wurggreep; uiteraard in alle denkbare nuances, verschillend per regio. Vmbo-scholen zochten oplossingen die primair gericht waren op versterking van de eigen school. Doordat de omvang van de markt vrij vast ligt, gingen de bedachte oplossingen vaak onvermijdelijk ten koste van een andere school. Vervolgens bedacht die andere school ook eigen oplossingen en daarmee werd het evenwicht in de regio weer voor enige tijd bepaald.
Samenvoegen zonder fusie? Ja, het kan!
Maar het tij keert. Het afgelopen jaar zien we dat vmbo-scholen steeds vaker samen nadenken over oplossingen. In verscheidene regio’s zochten scholen elkaar op en stelden ze vast dat zij met vergelijkbare problemen worstelden. De constatering dat zij ook samen toekomstbestendige oplossingen konden realiseren die zowel het belang van de scholen als het belang van de regio dienden, is een enorme winst. In een aantal regio’s (Dordrecht, Heerlen, Delft) hebben vmbo-scholen ontdekt dat dit mogelijk is zonder fusie. Hoe? Middels een zogeheten LOC, ofwel: een Lokaal Onderwijscentrum.
Enthousiast
De benaming LOC is afkomstig uit de gemeente Zwijndrecht, alwaar het concept inmiddels alweer enkele jaren functioneert. Met succes. Niet voor niets heeft het LOC in Zwijndrecht al menig ander vmbo rondgeleid. Andere vmbo’s zijn onder de indruk en het enthousiasme om zelf met het concept aan de slag te gaan is groot.
Zo ook in Dordrecht. Hier begeleidde Van Beekveld & Terpstra het afgelopen jaar de vmbo’s van het Insula College en het Stedelijk Dalton Lyceum bij de ontwikkeling van een LOC. De beide besturen zetten onlangs hun handtekening onder de intentieverklaring en het streven is op 1 augustus 2013 het LOC in bedrijf te hebben.
Wat is een LOC?
Het principe van een LOC is dat een aantal vmbo-scholen de krachten bundelt door onderwijs te geven in één gezamenlijk gebouw of in twee gekoppelde gebouwen. Het gaat uiteraard om het onderwijs, maar de bundeling in één gebouw biedt zowel besparingsmogelijkheden als kansen om het onderwijs optimaal vorm te geven. Vaak is de onderbouw van de scholen in het LOC-gebouw wel fysiek van elkaar gescheiden. De scholen blijven ook functioneren onder hun eigen BRIN-nummer en leerlingen schrijven zich voor de brugklas in bij een van de deelnemende scholen. In de onderbouw biedt elke school zijn eigen onderwijs aan, inclusief onderwijsconcept, identiteit, personeelsbestand, et cetera. Daarbij maken zij vaak ook afspraken over harmonisering van bijvoorbeeld gedragsregels, schooltijden, onderwijsprogramma’s, de inrichting van de PSO, taakbeleid enzovoort. Die afspraken kunnen zo ver gaan als de scholen zelf willen en noodzakelijk achten. Veelal ontdekken de scholen in de praktijk wat ze samen willen afstemmen.
De werkelijke winst wordt behaald in de bovenbouw. Daar bieden de scholen niet meer allemaal dezelfde vakken aan, maar stellen ze samen vast welke school welke sector (of afdeling) biedt. De scholen dragen dan een deel van hun leerlingen na de onderbouw aan elkaar over. Talloze criteria zijn denkbaar, zolang de scholen maar een oplossing vinden en geen enkele partij zich ‘de grote verliezer’ voelt. Wordt de oplossing gevonden, dan is daarmee de toekomst van het vak veiliggesteld. Het vak blijft behouden voor de regio en de omvang neemt zodanig toe dat de kwaliteit ook op lange termijn geborgd is. Investeren heeft weer zin, want er is een gezonde afdeling ontstaan. Dat is goed voor de scholen, voor het vervolgonderwijs, voor de regio en niet in de laatste plaats voor de leerlingen.
Het gaat niet vanzelf
Uiteraard gaat de inrichting van een LOC niet helemaal vanzelf. Gezamenlijk gebruik van een gebouw roept vragen op over de verantwoordelijkheid en de financiering. Een mogelijke oplossing is dat de scholen samen een stichting vormen waarin het beheer en de exploitatie van het gebouw worden ondergebracht. Let wel: de Wet op het voortgezet onderwijs (WVO) kent zo’n stichting niet! Dat houdt bijvoorbeeld risico’s in met betrekking tot btw-plicht. Inmiddels beschikken we over voorbeelden hoe dit met toestemming van de fiscus in te richten is.
Bovendien kan de stichting niet de verantwoordelijkheid dragen voor het onderwijs van de onderliggende scholen. Dat vraagt om een zorgvuldige scheiding tussen onderwijs en beheer, terwijl dat in de dagelijkse praktijk nog weleens door elkaar zal lopen. Dat blijkt in de werkelijkheid op te lossen door de stichting die het beheer regelt, ook een mandaat te geven ten aanzien van het onderwijs. Wij adviseerden in Dordrecht de oorspronkelijke besturen om zelf het bestuur van de stichting te vormen.
Wat is de winst?
Dit is natuurlijk de hamvraag. Ten eerste is er de kwaliteitswinst. Doordat er geen (of in elk geval veel minder) noodlijdende groepen meer bestaan, is het niet meer nodig om allerlei ongewenste samenvoegingen te doen (van basis en kader, leerjaar 3 en 4 of zelfs van alles). Sectoren en afdelingen kunnen door de omvang in een aantal gevallen naast elkaar blijven bestaan. Dat biedt weer meer perspectief voor basisleerlingen. Die kwaliteitswinst is vooral een maatschappelijke (regionale) winst. Er zal nog lang beroepsonderwijs zijn in de regio, de kwaliteit is hoog en het aanbod is zo breed mogelijk. Daardoor weet de regio zich verzekerd van een goed opgeleide beroepsbevolking.
De andere winst is van financiële aard. In een LOC kunnen scholen beter gevulde groepen realiseren door focus in het aanbod in de bovenbouw en combinaties van de AVO-vakken in zowel onder- als bovenbouw. Groepjes van zes of zeven leerlingen zijn daarmee verleden tijd. Efficiencyvoordelen van samenwerking en gezamenlijke huisvesting hebben ook hun weerslag op de overheadkosten. De formatieve overhead (zoals kosten van (administratieve) ondersteuning, leiding, zorgspecialisten enzovoort)kan na verloop van enkele jaren worden aangepast aan de behoefte van het totale LOC. Gezamenlijk gebruik van faciliteiten als een overblijfruimte, LO-voorzieningen en praktijklokalen voor AVO-onderwijs en voor de onderbouw kan financieel ook aantrekkelijk zijn. Vraag is daarbij natuurlijk wel in hoeverre de samenwerkende scholen de fysieke scheiding in de onderbouw willen realiseren. Door dit soort vragen is het onmogelijk om het financiële voordeel hier in cijfers uit te drukken, maar in de praktijk zien we besparingspercentages van vijf tot vijftien procent op de totale begroting.
Wettelijke kaders
Mits scholen zaken voldoende transparant en herleidbaar organiseren, kunnen zij een LOC binnen de kaders van het WVO inrichten. Voorwaarde is wel dat ze grondig aandacht besteden aan regelingen op alle belangrijke aandachtsgebieden, zoals de inrichting van het onderwijs, toezicht, personeel, huisvesting en financiën. De meeste aandacht verdient echter een aspect dat buiten de wetgeving valt: communicatie. Middels een heldere, effectieve en tijdige communicatie dienen scholen hun omgeving te overtuigen van de zin, wenselijkheid en werking van de gevonden oplossing.
Regionale afstemming van het aanbod binnen een RPO is alleen nodig wanneer een van de betrokken vmbo-scholen over een afstand van meer dan drie kilometer wordt verplaatst. Dat kan in de praktijk alleen op bezwaren stuiten als de samenwerkende vmbo-scholen niet op de instemming van andere scholen in de regio kunnen rekenen, omdat de LOC-vorming bijvoorbeeld tot substantiële wijzigingen in de regionale leerlingenstromen gaat leiden.
Meer weten?
Wilt u meer weten over het LOC-concept of vergelijkbare ontwikkelingen, neemt u dan contact op met Hans Sandtke, senior adviseur en partner bij Van Beekveld & Terpstra. Hij verkent graag alle mogelijkheden met u en is in staat om op basis van zijn ruime ervaring met het LOC-concept tot maatwerkoplossingen te komen.