van beekveld & terpstra van beekveld & terpstra

Goed onderwijs verdient goed bestuur

Eerder verschenen in ‘Van Twaalf tot Achttien’ (februari 2012)

De werkvloer en de media volgen de bestuurlijke ontwikkelingen in het voortgezet onderwijs met argusogen. Bestuurlijke fusies, scholenfusies, centrale bureaus, staffunctionarissen en de grotere afstand tussen bestuurders en bestuurden: wat levert het allemaal op? Moeten we vrezen voor bestuurders in snelle sportwagens van de zaak? Of is onderwijs in staat uitglijders te voorkomen? B&T-adviseur Harm Klifman stelt deze vragen én geeft antwoorden in de februari-editie van ‘Van Twaalf tot Achttien’.

De afgelopen tijd vonden politiek en instellingen elkaar in de wens om bestuurlijke zaken zo te regelen dat de samenleving haar vertrouwen in het onderwijs kan behouden. Met de Wet Goed Onderwijs Goed bestuur, de Code Goed Bestuur van de VO-Raad en allerlei ontwikkelingen binnen onderwijsinstellingen zelf zijn de nodige stappen gezet naar een goed bestuur van het onderwijs. En daarmee naar goed onderwijs, veronderstelt Harm Klifman. Want, zo schrijft hij, dit alles draaide ook om de verwachting ‘goed onderwijs door goed bestuur’. Of die verwachting reëel is, weet ook Harm Klifman niet. Leidt goed bestuur tot aantoonbaar beter onderwijs? Harm Klifman stelt voor hier maar vanuit te gaan. “Maar”, zo schrijft hij ook, “zullen we ook een vinger aan de pols houden?”

Meer lezen?
Een pdf van het complete artikel vindt u hier.