van beekveld & terpstra van beekveld & terpstra

Demografische krimp en de gevolgen voor het onderwijs

Nederland kent een enkele regio’s die nu al of binnenkort geconfronteerd worden met een dalende bevolking als gevolg van “vergrijzing en ontgroening”. Parkstad Limburg (de steden Heerlen en Kerkrade met een aantal omliggende gemeenten) heeft de twijfelachtige eer om de lijst aan te voeren. Zeeuws Vlaanderen en Noordoost Groningen volgen op korte afstand, maar alle grensprovincies en Friesland krijgen de komende 10 jaar te maken met fikse krimp.

Krimp heeft vele verschijningsvormen en even zovele gevolgen. In dit artikel concentreren we ons op de gevolgen van krimp voor het onderwijs en we kijken naar mogelijkheden om daarmee om te gaan.

Als we het hebben over krimp en de gevolgen, dan gaat het over regio’s waar de krimp tussen nu en 2025 een omvang heeft van 20% of meer. In die regio’s is de krimp van het aantal leerlingen altijd nog groter, dat kan wel een omvang hebben van 25 tot 35%.
Rekent u voor uw school maar uit waarover we dan praten en hoe ernstig de zaak is.

In onze adviespraktijk, zowel in Parkstad Limburg als in Zeeuws Vlaanderen, zijn we vergelijkbare reacties tegengekomen. Steeds vanuit een ander en heel verklaarbaar perspectief.

* Direct betrokkenen (zowel in het PO, het VO als het MBO) zijn in eerste instantie geneigd om de krimp te willen tegenhouden of ombuigen: het gevaar afwenden dus. Te denken valt aan het ontwikkelen van wervende onderwijsconcepten, een flinke publiciteitscampagne of vergroting van het aanbod van de school. Daarmee denkt men vanuit de eigen school en niet op het niveau van de regio.
* Daarna zijn de reacties meer schooloverstijgend en wordt gezocht naar regionale oplossingen. Wellicht aanvankelijk ook nog met het doel om de krimp buiten de deuren van de eigen instelling te houden, maar al snel met een bredere blik: Hoe bestrijden we de negatieve gevolgen, welke knelpunten kom je dan tegen en hoe neem je die knelpunten weg?
* Gemeenten willen meedenken, maar willen geen scholen uit hun gemeente zien vertrekken.

Binnen de krimpregio’s waar we in de afgelopen twee jaar mochten adviseren, zijn enkele reacties veel gehoord en op alle mogelijke niveaus, in onderwijsinstellingen, bij gemeenten, bij professionals, bij ouders, bij direct betrokkenen en bij mensen op afstand:
* “Het is een serieus probleem, waaraan we snel iets moeten doen. U zult echter wel begrijpen dat onze school / gemeente / stichting / regio een bijzondere positie inneemt. Dus de oplossing moet elders gevonden worden.”
* “Wij zijn voorlopig nog groot genoeg, dus laat de partijen die het moeilijk hebben maar eerst in beweging komen.”
* “Den Haag moet maar met geld over de brug komen.”

Wat kunnen we leren van de ervaringen in de eerste krimpregio’s?

Elke regio heeft zijn eigen specifieke kenmerken. Daarom is het niet mogelijk om een standaardoplossing aan te bieden. Evaring leert dat de omstandigheden per regio sterk uiteen lopen. Toch is er een aantal uitgangspunten dat voor elke krimpregio in Nederland zal opgaan.

1. Krimp kun je zien aakomen. Het CBS heeft zeer duidelijke kaartjes geproduceerd. Een helder overzicht is te vinden in een publicatie van VROM: Bevolkingsdaling in cijfers, te downloaden via www.vrom.nl.

2. U gaat de krimp in uw regio niet tegenhouden. (Overigens: alle grappen die u daarbij kunt bedenken zijn reeds gemaakt.)

3. Het onderwijs heeft een maatschappelijke functie: in een regio dient een goed gespreid en zo volledig mogelijk onderwijsaanbod in stand te blijven. Als vakken verdwijnen, dan verdwijnen er in de toekomst beroepen. Dat heeft vergaande consequenties voor een regio. Ontgroening
wordt hiermee aangemoedigd en er ontstaat een multiplier effect.
Dat vraagt om een brede, regionale blik.

4. Voorbeeld: als er op vier plaatsen in een regio een te dun bezette afdeling bouwtechniek uiteindelijk niet meer kan blijven bestaan, dan is er geen meer over, terwijl de optelsom wellicht
tot een redelijk gevulde afdeling had kunnen leiden.

5. Een echte aanpak is alleen mogelijk in gezamenlijkheid. Samenwerking tussen scholen, tussen besturen, tussen gemeenten, horizontaal en verticaal. Daarmee ontstaat de slagkracht die nodig is om dit soort uiterst complexe processen evenwichtig naar een oplossing te loodsen.
(Negatief geformuleerd: laat het niet aankomen op een strijd op leven en dood tussen de verschillende scholen. Uiteindelijk zal er dan wel één school omvallen, dus hebben de andere scholen weer lucht gekregen. Maar ondertussen hebben alle scholen concessies moeten doen aan de kwaliteit van het onderwijs.)
De ervaring leert dat het beste resultaat bereikt kan worden wanneer alle betrokken partijen vanaf het begin met elkaar aan tafel zitten.

6. Breng om te beginnen de regionale problematiek per school en per afdeling in beeld. Dan ziet u concreet waarover het gaat in bijvoorbeeld 2014 of 2018. Dat laat zien welke afdelingen voldoende gezond zijn en blijven en welke afdelingen domweg niet meer betaalbaar zijn. Dit is betrekkelijk eenvoudig te realiseren. Alle informatie is reeds beschikbaar tot 2013 voor het PO en tot 2021 voor het VO. Ook voor uw school.

Als scholen en gemeenten in krimpregio’s aan de slag willen om naar oplossingen te zoeken en daarbij mensen en middelen inzetten en soms heftige emoties het hoofd moeten bieden, dan is ondersteuning vanuit regelgeving van OCW eveneens noodzakelijk.
Knelpunten die nu al om een oplossing in de regelgeving vragen, zijn:
* De bekostigingssystematiek is niet berekend op krimpsituaties. Vooralsnog zijn schoolbesturen zelf verantwoordelijk voor het opvangen van het verschil tussen teruglopende baten en langzamer teruglopende lasten.
* De opheffingsnorm voor (basis)scholen is niet berekend op krimpregio’s, waardoor de spreiding van het onderwijsaanbod in gevaar komt.
* De onlangs ingevoerde fusietoets wil grote scholengemeenschappen tegengaan. In krimpregio’s is een fusie soms de enige mogelijkheid om nog (delen van) scholen in stand te houden.

Wij zijn op dit moment namens enkele opdrachtgevers in gesprek met OCW om te bezien welke mogelijkheden er zijn, niet alleen voor de drie regio’s waar krimp een urgent probleem is, maar ook voor al die regio’s die kort daarop met dezelfde problematiek in aanraking komen. 


Contact

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Hans Sandtke, senior adviseur en partner en Henk Hendriks, directeur.


Adres

Van Beekveld & Terpstra Organisatieadviesbureau
Nieuwe Steen 18
1625 HV Hoorn
T 0229 - 24 42 24
E advies@vbent.org