Speciaal voor Vensters voor Verantwoording ontwikkelde Van Beekveld & Terpstra de ambitiekaart Horizontale Verantwoording. Deze kaart helpt scholen om beter vorm te geven aan de dialoog die zij voeren met hun betrokkenen. Dat zijn leerlingen en ouders en de maatschappelijke partners van de school.
Filosofie
De filosofie achter de ambitiekaart Horizontale Verantwoording is dat de wijze waarop een school daar invulling geeft aan horizontale verantwoording niet is voor te schrijven, maar het beste vormgegeven kan worden door de school zelf. De ambitiekaart schrijft daarom geen methode voor. Het geeft de school geen antwoorden. Wel stelt de kaart de juiste vragen, zodat de school over de goede dingen nadenkt en daar eigen conclusies uit trekt.
Bepalend voor de inrichting van de dialoog met de betrokkenen van de school zijn in eerste instantie de ambities van de school. Daaruit vloeit voort wie überhaupt interessante betrokkenen zijn. Daarbij geldt: hoe meer de school een duidelijk profiel heeft, hoe makkelijker het is om invulling te geven aan een zinvolle horizontale dialoog.
Uiteraard is het ook van belang hoe de betrokkenen zich opstellen. Bestaat er al een goede samenwerkingsrelatie met bepaalde maatschappelijke partners of is deze juist moeizaam? Hoe betrokken zijn de ouders van de school? Hoezeer is de school gewend om leerlingen mee te laten praten over het schoolbeleid? Deze stand van zaken kan medebepalend zijn voor de eerste vorm die de school kiest om met betrokkenen in gesprek te raken.
Onderzoek
Van Beekveld & Terpstra heeft in opdracht van Vensters voor Verantwoording onderzoek gedaan naar good practice van horizontale verantwoording. Binnen het onderzoek is de methodiek van de ambitiekaart Horizontale Verantwoording ontwikkeld. Daarnaast heeft het onderzoek bruikbare lessen opgeleverd. Een greep daaruit.
Met wie praten we
Uit het onderzoek is naar voren gekomen dat horizontale verantwoording voor scholen makkelijker wordt als de school voor zichzelf duidelijk heeft vastgesteld wie zij als relevante betrokkenen aanmerkt en met welke relevante betrokkenen de school een duurzame dialoog aan wil gaan. Horizontale verantwoording wordt eenvoudiger vorm te geven als de school zich bij deze selectie ook durft te beperken tot de betrokkenen die er voor hem het meest toe doen. Wie zijn er bijvoorbeeld voor de school het meest relevant uit het rijtje: aanleverend onderwijs, vervolg onderwijs, gemeente, politie, sportinstellingen, cultuurinstellingen, lerarenopleiding, welzijns-, buurt- of jongerenwerk, bedrijfsleven, andere scholen in de regio of onder hetzelfde bestuur?
Waarover praten we
Horizontale dialoog zou moeten gaan over keuzes. Althans, als de school een echte dialoog wil. Verantwoording afleggen over resultaten is ook van belang, alleen, als een betrokkene niet gelukkig is met die resultaten is daar achteraf niets meer aan te doen.
Resultaten kunnen wel gebruikt worden om de dialoog te voeren over keuzes die de school maakt. Die keuzes kunnen immers versterkt worden door er met betrokkenen over te praten:
* welke school vraagt bijvoorbeeld wel eens aan de leerlingen: “hoe kunnen wij
zorgen dat jullie beter leren?”
* welke school vraagt bijvoorbeeld wel eens aan het vervolgonderwijs: “aan
welke kennis en vaardigheden moeten wij meer aandacht besteden, om uitval
van onze leerlingen in het eerste jaar van jullie opleiding te verkleinen?”
* welke school vraagt bijvoorbeeld wel eens aan het primair onderwijs: “welke
informatie hebben jullie van ons nodig, zodat jullie de leerlingen nog beter
kunnen voorbereiden op onze onderbouw?”
* welke school vraagt bijvoorbeeld wel eens aan de ouders: “waarmee kunnen
wij u helpen, zodat u ook een bijdrage levert aan een succesvolle
schoolloopbaan van uw kind?”. Of: “wat vindt u van de verdeling van aandacht
binnen de beschikbare onderwijstijd aan de verschillende vakken, projecten,
stages en degelijke?”
Op basis van de antwoorden op zo’n vraag kan het gesprek gevoerd worden welke keuzes wel en niet bij de ambities van de school passen. Dat betekent dus nadrukkelijk niet dat de betrokkenen bepalen wat de school doet. Maar de school moet hun wensen en verwachtingen wel kennen en die betrekken bij het bepalen van de ambities en het maken van keuzes daarbinnen.
Hoe praten we
De gehanteerde werkvormen bij horizontale verantwoording zijn in vier verschillende categorieën onder te verdelen. Deze categorieën kunnen op een continuüm worden geplaatst, waarbij de categorieën elkaar opvolgen zonder dat de grenzen altijd precies zijn aan te geven. We onderscheiden de volgende categorieën:
* Informeren van betrokkenen: alstublieft dit is ons plan (of verslag);
* Toetsen bij betrokkenen: wat vindt u van ons plan;
* Raadplegen van betrokkenen: wat vindt u dat wij moeten doen;
* Samenwerken met betrokkenen: samen een plan maken.
Successen gebruiken
Scholen doen vaak meer aan horizontale verantwoording dan zij zelf op voorhand aangeven. Horizontale verantwoording wordt nog (te) vaak gezien als iets nieuws, terwijl het voor een groot deel overlapt en of aansluit bij bestaande activiteiten. Het ontwikkelen van horizontale verantwoording is dan ook voor de meeste scholen met name een kwestie van bewustwording en het bewuster inzetten op de dialoog met betrokkenen en gebruiken wat er goed gaat!
Kortom
Een goed gesprek met een betrokken partner, leerlingen of ouders kan de school veel opleveren. Nieuwe inzichten, goede relaties en wederzijds vertrouwen. Vensters voor Verantwoording kan daarbij enorm helpen. Vooral om feiten en fictie van elkaar te onderscheiden. U hoeft geen tijd te verdoen met het eens te worden over de feiten, als u uw gesprek baseert op de informatie die voor alle betrokkenen inzichtelijk is binnen Vensters voor Verantwoording. De informatie is daarmee tevens duidelijk niet het eindpunt van verantwoording maar juist het startpunt. Het startpunt van een zinvol gesprek.
