Traditionele kwaliteitszorg is statisch. We stellen vast hoe we kwaliteit definiëren, meestal met behulp van indicatoren, meten of we hieraan voldoen en richten onze procedures zo in dat de kans op fouten minimaal is. Als we fouten ontdekken – zeker als deze systematisch zijn – dan hebben we een probleem. Vervolgens gaan we op zoek naar de oorzaken en proberen deze weg te nemen. Een goede school is in deze aanpak een school zonder fouten of zonder problemen. De aandacht voor zeer zwakke scholen is een voorbeeld van deze klassieke benadering van kwaliteitszorg.
Discussies binnen deze traditionele vorm van kwaliteitszorg gaan vaak over de norm. Is het glas half vol, of half leeg? De praktijk leert dat kwaliteitszorg op scholen zich (nu nog) overwegend richt op het beoordelende en statische deel. Kwaliteit(szorg) is mede hierdoor haast per definitie niet leuk. De standaard reacties zijn bekend: Doe ik het dan niet goed? Wie zegt dat? Wie bepaalt dat?
Als het gaat om kwaliteitsontwikkeling, kunnen we ook een andere aanpak kiezen. De uitdaging is om te zorgen we dat we vandaag een stukje beter zijn dan gisteren en morgen nog een stukje beter. Daarbij gebruikmakend van de (aanwezige) talenten en sterke punten in en van de school. We onderzoeken dan hoe we het glas voller kunnen krijgen. Kort gezegd: waar is de kraan? We richten kwaliteitszorg hiermee op de ontwikkeling van de school en het onderwijs, vanuit dat wat al aanwezig is.
Voor een goed werkend systeem van kwaliteitszorg zijn beide benaderingen nodig en zullen ze met elkaar verbonden moeten worden. Dus meten en vaststellen wat (niet) aan de norm voldoet en uitgaan van de talenten en krachten in de school. Vensters voor Verantwoording biedt hiervoor een uitstekende basis als middel om de dialoog aan te gaan. De kunst is om in het gesprek de verbinding te maken tussen de dromen en de talenten van mensen en de ambities en de prestaties van de schoolorganisaties.
Een voorbeeld van een dergelijke benadering is de waarderende benadering.
|
Organisaties, groepen en personen hebben regelmatig behoefte aan ontwikkeling en verandering. Vertrekpunten zijn meestal vragen over problemen die men vaststelt. Waarom zijn de mensen niet gemotiveerd? Waarom is er zoveel stress? Waarom begrijpen we elkaar niet goed? Waarom vind ik geen werk? Waarom ben ik niet gelukkig? Deze vragen richten haast vanzelf de aandacht naar de problemen. Dat roept weerstand op bij mensen in plaats van enthousiasme. Precies om daaraan tegemoet te komen is de waarderende en onderzoekende benadering ontwikkeld. Centraal in deze methode staat het stellen van goede vragen. Een goede vraag verandert het denken in termen van problemen naar denken in termen van mogelijkheden. In plaats van stressfactoren te onderzoeken, vraagt men naar bezieling. Vragen naar waarom iemand ongelukkig is, worden omgebogen naar wat iemand gelukkig maakt. Geef toe, de alternatieve vraag boort enthousiasme aan.
De waarderende benadering of 'Appreciative Inquiry' (AI) vertrekt dus vanuit positieve ervaringen, dingen die wél werken, die mensen enthousiast maken, vitaliteit geven. De tekorten die er altijd wel zullen zijn, worden niet weggemoffeld. Ze krijgen alleen niet meer een plek op de eerste rij. De aandacht gaat in de eerste plaats uit naar de krachten. Dat dient dan als motor om een visie te ontwerpen over wat zou kunnen in de toekomst. |
Als kwaliteitszorg niet meer (alleen) gaat over goed en fout, maar (ook) over talent en persoonlijke kracht, dan is het een krachtig vliegwiel voor de ontwikkeling van het onderwijs en de school. Om dit te kunnen doen is een andere taal nodig dan het inmiddels platgeslagen plan, do, check and act. Het vliegwiel voor de kwaliteitsontwikkeling bestaat uit:
* verwonderen
* verbeelden
* verankeren
* verwezenlijken
Een belangrijke vraag is dan: Hoe trekken we het vliegwiel op gang? En als het op gang is, hoe houden we de snelheid erin? Vanzelfsprekend kunnen we hier allerlei programma’s op zetten en zelfs procedures en processen voor ontwerpen. Op enig moment zal dit ook waarde hebben. Belangrijk is dat mensen met elkaar in gesprek komen. Medewerkers leren de dialoog aan te gaan: met zichzelf, met hun collega’s, met leerlingen, met ouders en niet in de laatste plaats met hun leidinggevenden. Onderwerpen zijn er genoeg. Bijvoorbeeld: zaken waar je trots op bent, (verborgen) talenten die je nog in wilt zetten voor de school, de ander laten weten wat je in hem/haar bewonderd, et cetera. Om vervolgens vanuit deze dialoog samen vast te stellen wat dit betekent voor de toekomst.
De kunst is om het gesprek te beginnen vanuit mogelijkheden in plaats van probleemoorzaken. Dus: 'Wat kunnen we doen om de onderwijsopbrengsten te verbeteren?' in plaats van 'Hoe komt het dat de onderwijsopbrengsten tegenvallen?' Het beantwoorden van de eerste vraag levert doorgaans meer energie en betrokkenheid op en leidt snel tot actie.
Het starten van een dergelijke dialoog (en daarmee het eerste zetje aan het vliegwiel) begint met mensen in duo’s of kleine groepjes met elkaar rond een positief thema in gesprek te brengen. Door de opbrengsten hiervan te laten samenvatten en weer met elkaar te delen om vervolgens vast te stellen wat morgen al anders zou kunnen. Soft? Misschien, maar tegelijk heel concreet en actiegericht. Met een blijvend effect op de onderlinge verhouding tussen mensen en de toekomstige kwaliteit, die je dan weer terugziet in de score op de 20 indicatoren van Vensters voor Verantwoording.
