Er bestaan verschillende methoden voor de beoordeling van kandidaten op hun geschiktheid voor een LB- of LC-functie. De eerste methode is gebaseerd op diploma’s, waarmee kandidaten hun hbo+-werk- en denkniveau soms kunnen aantonen. Als deze methode niet gebruikt kan worden, kan een EVC-procedure doorlopen worden: een onderzoek naar Erkenning van Verworven Competenties door een EVC-bureau. Van Beekveld & Terpstra ontwikkelde een derde methode die gebaseerd is op het feit dat geen enkele externe partij zo goed in staat is leerkrachten te beoordelen als scholen en schoolbesturen zelf.
Met deze B&T-methode kunnen scholen en schoolbesturen zelf eenvoudig én met draagvlak een bij de eigen organisatie passend toetsingskader ontwikkelen. Daarmee kunnen zij de geschiktheid van mogelijke kandidaten voor LB- en LC-functies op objectieve wijze toetsen.
De methode van Van Beekveld & Terpstra is afgestemd met de sociale partners in het primair onderwijs en bestaat uit vijf stappen:
Stap 1: leraarscompetenties als uitgangspunt
Omdat de LB- en LC-functies primair leraarsfuncties zijn, zijn de meeste functie-eisen afgeleid van de bekwaamheidseisen voor leraren primair onderwijs zoals vastgelegd in de Wet BIO. De meeste schoolbesturen hanteren deze bekwaamheidseisen (en daarvan afgeleide competenties) al bij het beoordelen van leerkrachten.
Stap 2
Het tweede deel van de functie-eisen wordt afgeleid van de cao primair onderwijs. Daarin zijn voorbeelden opgenomen van LB- en LC-functies in het basisonderwijs. De taakverzwarende elementen in deze voorbeeldfuncties bespreken we met een vertegenwoordiging van schooldirecteuren en leerkrachten. In een sessie van twee à drie uur gaan we samen op zoek naar de functie-eisen voor leerkrachten LB en LC. Deze functie-eisen kunnen worden onderverdeeld in:
* gedrags- en persoonlijkheidskenmerken;
* vaardigheden;
* kennis/opleiding.
Het hebben van een hbo+-werk- en denkniveau is met deze methode dus niet allesbepalend maar slechts een van de criteria. De gedachte hierachter is dat het niet alleen belangrijk is wat iemand kan, maar vooral wat iemand bijdraagt aan de school.
Stap 3
Het derde deel van de functie-eisen heeft betrekking op de specifieke taken van de te benoemen leraar LB of LC. Het kan hierbij gaan om eisen die betrekking hebben op het functioneren als inhoudelijk deskundige op een bepaald terrein, zoals rekenen, taal of zorg. Het kan ook gaan om eisen met betrekking tot de rol die de betreffende leerkracht gaat spelen in de school, bijvoorbeeld onderwijsontwikkeling, kennisdeling, begeleiding of coördinatie.
Stap 4
Nadat de functie-eisen in de drie voorgaande stappen zijn vastgesteld, verwerken wij die in een toetsingskader, dat u kunt gebruiken bij de beoordeling van kandidaten tijdens sollicitatiegesprekken. Dit toetsingskader bestaat uit competenties die betrekking hebben op alle LB- en/of LC-functies. De competenties kunnen op schoolniveau worden aangevuld met schoolspecifieke functie-eisen.
Stap 5
Schoolbesturen kunnen ervoor kiezen om de competenties voor leraar LB bao en/of LC S(B)O toe te voegen aan de bestaande competentieoverzichten voor leerkrachten LA bao en LB S(B)O, zodat zij die overzichten ook kunnen gaan gebruiken bij functioneringsgesprekken en beoordelingen van leerkrachten LB en LC.
Schema
Schematisch ziet de methode er als volgt uit (hier uitgewerkt voor een LB-functie):
Aanbod
Wij bieden deze ondersteuning aan voor € 3.000,- excl. btw per bestuur. Eenpitters betalen € 1.500,- excl. btw.
Als u meer wilt weten over deze methode kunt u contact opnemen met Hans van Willegen, senior adviseur bij Van Beekveld & Terpstra.
