van beekveld & terpstra van beekveld & terpstra

Kwantitatieve en kwalitatieve aspecten bij de invoering van de functiemix

De afspraken in het convenant Leerkracht bepalen dat scholen in het voortgezet onderwijs een andere verdeling van de leraarsfuncties moeten realiseren. Die andere verdeling is noodzakelijk om het beroep van leraar aantrekkelijker te maken.

De VO-scholen in de Randstadregio’s zijn in 2009 als eerste aan de slag gegaan. Deze scholen zijn al gestart met het invullen van meer LC- en LD-functies. De andere VO-scholen zullen volgen en in 2011 en 2014 moeten de streefpercentages gerealiseerd zijn.

De centrale vraag is op welke manier je tot een andere verdeling komt. In ieder geval moet de (G)MR betrokken zijn bij het proces. Er moet voldoende draagvlak zijn bij de docenten voor de andere verdeling. Voor het verkrijgen van voldoende draagvlak is het essentieel dat er naast de kwantitatieve aspecten, het voldoen aan de percentages, ook ruim aandacht is voor de kwalitatieve aspecten.

Bij de kwantitatieve aspecten gaat het om de nulmeting, de groeipercentages, de streefcijfers voor 2011 en 2014, de criteria voor LB-, LC- en LD-functies en de financiële consequenties van de gehele operatie.

Bij de kwalitatieve aspecten gaat het om de vraag hoe het functiebouwwerk eruit moet zien, gebaseerd op een visie op goed onderwijs en de organisatie van het primaire proces. Daarbij speelt de docent een belangrijke rol. Het gaat om het benutten van zijn talenten, het stimuleren van zijn ontwikkeling, het stellen van eisen, het gericht zijn op resultaten en het effectief gedrag. Met als doel het verbeteren van het onderwijsleerproces en dus het verbeteren van de resultaten van leerlingen. Met de kwalitatieve kant bedoelen wij ook de wijze waarop het management in gesprek komt met de medewerkers over hun ambities en het ontwikkelen van hun vaardigheden en competenties. Een goede vaardigheid in het voeren van functionerings- en beoordelingsgesprekken staat hierbij aan de basis. Het persoonlijk ontwikkelingsplan (POP) en het bekwaamheidsdossier zijn belangrijke instrumenten bij het plannen van ontwikkelingsactiviteiten die medewerkers in staat stellen te voldoen aan de functie-eisen van de nieuwe leraarsfuncties die de komende jaren worden ingevoerd.

De functiemix geeft perspectief aan docenten op het verkrijgen van een hogere schaal. Maar dat perspectief zal gekoppeld moeten worden aan het voldoen aan kwalitatieve en kwantitatieve normen. De school formuleert de normen waar de docenten aan moeten voldoen. Er is ruimte voor eigen beleid.

Er wordt gewerkt aan een invoeringsproces dat gericht is op het verwerven en behouden van draagvlak bij de medewerkers en aan een goed doordachte procedure voor de promotie naar één van de nieuwe leraarsfuncties en het doorstomen in het functiebouwwerk.

De kwantitatieve en kwalitatieve kant ontmoeten elkaar op het moment dat er een vacature ontstaat voor een hogere leraarsfunctie. In een sollicitatieprocedure worden de competenties van de sollicitant getoetst aan de promotiecriteria voor de hogere functie.

Van Beekveld & Terpstra heeft de kennis en ervaring in huis om u te ondersteunen bij de invoering van de functiemix. Het gaat hierbij zowel om de kwantitatieve als de kwalitatieve aspecten, zoals procesbegeleiding, advisering over promotiecriteria, scholing en ontwikkeling van medewerkers, functiewaardering, training en ontwikkeling van vaardigheden bij het management voor het voeren van beoordelingsgesprekken en het inrichten van een sollicitatieprocedure.


Contact

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met een van onze adviseurs.


Adres

Van Beekveld & Terpstra Organisatieadviesbureau
Nieuwe Steen 18
1625 HV Hoorn
T 0229 - 24 42 24
E advies@vbent.org